vrijdag 15 februari 2008

jabbedabbedoe, mondjes toe.

Daarstraks liet ik in mijn klasje weten dat we volgende keer papier-maché diertjes zouden gaan knutselen. Enkele kindjes waren hier absoluut niet tevreden mee (getuige de béh's en de neeeheee's), want 'ze hadden dat al eens gedaan' en vonden het niet tof. Niet dat ik daar rekening mee ga houden, want ze zullen verdorie papier-maché dieren gaan maken en het tof vinden ook, maar ik was wel zo vriendelijk om de pagadders ook eens te laten vertellen wat ze dan wél wilden doen. Iedereen mocht op een briefje drie dingen schrijven.

Er waren kindjes die blijkbaar toch met papiermaché wilden werken. (oh, de wonderlijke wereld van veranderlijke meningen)

*tekenmachien verven en een chiraf maken wat gij gemaakt hebt*
*papiermashe - papiermashe - papiermashe*
*papiermase - toneel -verven*
*iets voor paasen maken - papiermache - vlieggertjes gooien*

Vliegertjes waren hip, zou al snel blijken.

*vliegertjes gooien - papiermache - verven*
*toneel - tekenen - flieger maaken*
*vliegtuigen gooien - spelen - buh*

U merkt, de kinders waren enorm geïnspireerd.

En dan was er Maxim, een klein blond kereltje, meestal braaf, maar af en toe haalt ie apenstreken uit. Zijn briefje ging gepaard met een vette glimlach en onophoudelijk gegiechel.

*met vliegertjes gooien - verven - met de juf kussen*

donderdag 14 februari 2008

I want to ride my bicycle...

Mijn fiets was gestolen. Deze keer écht. Ik had me er al bij neergelegd, en het wrede lot aanvaard dat mijn fietsen nu eenmaal altijd gestolen worden. Dikke pech, boehoe. Gelukkig heb ik nog veel geluk in de... nouja.
Ik kwam van mijn werk terug, daarstraks, en ik dacht: hey, laat ik eens gaan kijken of de kloothommel die mijn dierbare fietsje geript heeft, zo ongelofelijk stom zou zijn om mijn fiets terug in dezelfde stalling te parkeren. Niet dat ik hoop had ofzo, maar een meisje mag toch dromen. En noem het nu toeval, maar jezusminakutverdomme: daar stond mijn fiets gewoon! Mijn fiets, mijn allerliefste fiets met de orka op mijn frame, en de spaze-stickertjes en al er nog mooi op. Enkel de plastic zak die mijn billetjes droog houdt bij regenweer was veranderd in een zadelbeschermer, en mijn slot... in een ander slot.
Wild van woede belde ik de politie. Dat ging zo: 'Dag meneer de politieagent. Goedemiddag. Ik weet dat ik u bel voor iets onbenulligs, maar ik vind het persoonlijk toch wel een beetje vervelend: mijn fiets is namelijk gestolen, en nu vind ik 'm hier terug met een ander slot op... (het is niet omdat ik wild van woede ben, dat ik niet rationeel en beleefd kan zijn.)
Ze zouden iemand sturen.
Een halfuurtje later kwamen twee oranje ventjes op een fiets afgesjeesd, die even later geen carnavalvierende patriottische hollanders bleken te zijn, maar de politie in topconditie.
Nadat deze twee mannelijke exemplaren me toevertrouwden dat ze mijn fiets niet mochten losknippen van het vreemde slot omdat ik geen aangifte had gedaan, en ik ook geen bewijs had dat het mijn fiets was, bracht ik heel veel tegenargumenten in ('jamaar, mijn fiets...' en lief glimlachen), en vertrouwden ze me toe dat ze mijn fiets wel zouden losmaken. Eén telefoontje van de agenten en enkele idiote monologen van mezelf (over fietsen, hoge hakken en politiemannen) verder, arriveerde er een busje met twee verse agenten, en een grote tang: knip! Nadat we met z'n allen namen en telefoonnummers uitgewisseld hadden (ik aan de agenten, niet andersom) en snotterend afscheid genomen hadden (koud buiten), mochten ik en mijn fiets beschikken, weer de wijde wereld in. Dankuwel, meneer de agent.
De politie is mijn vriend!
Of moet ik vandaag zeggen: mijn valentijntje? :-)

-Vijf minuten in mijn living.-

'Daar zijn ze! Daar zijn ze!
Maar kijk eens wat ik al aan heb.
Dan heb je wel meer stamina, natuurlijk.
Ik zou die pakken. Gewoon pakken.
Water! Ik heb water nodig! Heeft iemand water?
Komt er geen baas?
Ook maar zielige boel hier, eh.
Loopt er iemand voorop? Want ik ken de weg niet.
Ik ga greeden.
Oeh, die is keigoed. Die moet ik hebben.
Pas op met die beestjes!
Oh nee, ze zijn terug. Shit eh.
Oh neeeeeee, onze priest is dood. Godverdomme.
Zeg, mijn pijlen beginnen hier serieus op te geraken.
Mijne is 80. Die is niet niet ge-upgrade.
Die groep? Laten we die leven?'

De combinatie van Skype, World Of Warcraft en een roommate slash ex-lief slash vriend slash nerd in de kamer, u kunt niet geloven hoe grappig en entertainend dat wel is.

maandag 11 februari 2008

dinsdag 5 februari 2008

De neus-keel-oor-specialist is mijn vriendin niet.

Ik dacht: Ik ben hier niet graag. Ik wil dit niet. Ik wil naar huis. Ik wil de kamer anders inrichten. Ik wil niet kijken naar wat er binnen in mijn lichaam zit op posterformaat. Ik wil geen maquettes zien van mijn inwendige delen. Ik wil geen slecht nieuws krijgen. Ik ben gezond en... oké, mijn amandel is dan wel ontstoken geweest en nog steeds gezwollen, maar dat verandert wel weer. Uiteindelijk. Ik wil niet dat ze mijn amandelen gaan trekken. Ik ben in orde en er is niks aan de hand en zoveel last heb ik er niet van en ...

Terwijl ik een vluchtweg naar buiten aan het zoeken was (de deur! de deur!) kwam ze de kamer binnen. Had ik maar niet een uur moeten wachten totdat ik zou proberen te ontsnappen. Zucht.

Ze beval mij op de stoel te gaan zitten. Eerst porde ze met een stokje in mijn mond, tot veel te ver in mijn keel. Deepthroat en kokhalzen en zo. Toen ze merkte dat ik het niet plezant vond (understatement), zei ze: en dan ga ik nu in uw keel kijken, maar ik zal bij jou gebruiken wat we voor de kindertjes ook nemen. Naïef als ik ben, dacht ik nog: oh, nu komt vast iets zuurstokroze en pijnloos en grappig en misschien zelfs omhuld met chocolade. Helaas. Het was zwart en lang en een kabel, en daarmee ging ze in mijn neus. Hé, mijn neus is toch niet zó lang, haha, waarom is die kabel dan zo lang? Ging het in mijn hoofd. En ze ging toch in mijn keel kijken, haha, niet in mijn neus en... hahaaaaaaargggh: er zit gewoon een f*cking kabel -via mijn neus- in mijn keel. Niet haha.

Ja, het kriebelt een beetje, zei ze. 'Het kriebelt een beetje?' Gadverdamme. Een kabel via mijn neus in mijn keel zou ik niet omschrijven als 'het kriebelt een beetje', ik noem dat onnatuurlijk oncomfortabel onmenselijk. Shit zeg.

En toen zei ze: ah, er is niks aan de hand.
En ik: jamaar, mijn amandel is al een maand dik.
Dat is normaal, zei ze.
Ik: uh?
Ja, dat is waarschijnlijk altijd zo geweest, zei ze.
Ik: uh? Nee hoor.
Jajaa, zei ze, vast wel. Niks aan de hand. Maar als je er echt zo mee bezig bent (hup, de dokter vindt mij een hypochonder omdat ik het een beetje gek vind dat ik een week lang niet meer kon praten en eten en slikken en normaal ademen, en omdat mijn amandel een maand later nog steeds opgezwollen is), kijk dan gewoon elke week eens naar je amandelen, of ze niet nog groter worden. Als dat gebeurt, dan heb je waarschijnlijk leukemie.
Ik: uuuuh?
Ja, en dan moet je terugkomen, eh. Zei de dokter.

No kidding.

Nothing's ever lost.

Het was altijd jij. Vroeger in overgoten daglicht,
later in donkere steegjes.
Als stiekeme huurders van een kamer-voor-één-nacht.
Maar dan meerdere nachten.
Jaren lang.

Het was jij. Je poetste je tanden, en ik trok mijn kleren uit.
Ik kan me niet herinneren wat op andere momenten aanstoot gaf.
Het had altijd wel te maken met lust.
Een allesoverheersende drang.
Naar houden-van.

Ik heb honderden levens geleid
en zoveel verhalen te vertellen.
Ze gaan niet enkel over jou.
Dat niet.
Maar jij was altijd aanwezig.

En soms viel alles op zijn pootjes.
Onze woorden rijmden.
De wereld draaide enkel nog om ons.
En onze handen pasten perfect.
Zoals in liedjes.

Ik ben nooit meer echt bij je teruggekomen.
Omdat verandering nu eenmaal onomkeerbaar is. Evenals verlies.
Je treurt, en dan is het voorbij.
Terugkeren is te zinloos.
Te pijnlijk.

Maar na zoveel jaren voel ik nog steeds
-nog steeds, ja wat?-
hetzelfde.
En toch anders.
Niet meer van huppeldepup.

Ik wil het geen naam geven.
Ik ben niet op zoek naar omschrijvingen
of antwoorden. Of goedbedoelde raad.
Jij bent de norm waar ik naar streef,
mijn beste vriend.

Dit is geen liefdesverklaring, zeker niet, maar:
Niets is ooit verloren.
Al is het dan voorbij.
De man van mijn leven.
Het was altijd jij.

zondag 3 februari 2008

ach,

Al het verdriet van de wereld
geef het allemaal aan mij
ik stop het in een doosje
en noem het de tv.

maandag 28 januari 2008

Morgen word ik...

18!

Nog maar eens, ja :-).
Hiep hiep!

Damien Rice

And so it is
Just like you said it would be
Life goes easy on me
Most of the time
And so it is
The shorter story
No love, no glory
No hero in her sky

bigmouth strikes again

Een grote bek heb ik.
Dat heb ik geleerd.
Moelijk is het niet.

Woorden zijn mijn wapens.
Zo kan ik de wereld aan.
Ik vuur ze in het rond.

Ik was niet altijd zo.
Vroeger was het anders.
Maar dat is veranderd, nu.

Ik praat je onder tafel.
Mijn replieken zijn gevat,
en mijn zinnen weldoordacht.

In monologen spreek ik vlot
de hele wereld toe.
Ik zeg alles wat ik wil.

Een grote mond heb ik.
Maar als het draait om verdriet,
word ik altijd even stil.

Forever turned out to be too long.

Je zei dat je altijd van me zou houden. Altijd. Je zou er voor me zijn. Je zou de vader van onze zes kinderen worden. Ik was jong, en geloofde je. Ik wist toen niet beter. Ik dacht dat je je vrouw voor mij zou verlaten, want wat zei je ook alweer? Dat ze extreem jaloers was, en dat het soms moeilijk was om daar mee om te gaan. Ze hield je te strak. Ik zou zo niet zijn, dat had ik je verteld. Van mij mocht je alles, als je maar van mij hield. Van mij kreeg je vrijheid, van mij kreeg je onvoorwaardelijke liefde. Je zou er in goede tijden voor me zijn, en ik ook voor jou, want wij zouden enkel goede tijden beleven. Jij was de man van mijn dromen. Ik was je kleine prinses. We zouden altijd en overal bij elkaar zijn. Maar ik moest geduld hebben. Dus ik wachtte, hoopvol, op jou.

Maar gaandeweg leerde ik andere mannen kennen. Veel andere mannen. En ze wisten mij ook te bekoren. Ze konden me iets geven wat ik bij jou miste. Liefste, het was niet dat ze beter dan jou waren, dat niet, maar ik was bang. Bang dat je me nooit zou kunnen geven wat ik wou, hoe lang ik ook zou wachten. Ik wou méér. Ik werd ongeduldig, onrustig. Daarom ging ik verder. Ik haalde alle dingen die met jou te maken hadden weg, zodat ik niet meer aan je herinnerd kon worden. Vanaf toen ging een hele andere wereld voor mij open. Het was een wereld van nieuwe mogelijkheden en het was allemaal beter dan ik had durven dromen. Het deed pijn, natuurlijk, dat ik jou moest achterlaten. Ik leerde dat liefde vervangbaar is, en dat we soms moeten verdergaan, hoeveel pijn het ook doet. Omdat het de enige optie is. Soms duurt liefde maar even. Niet voor altijd.

Vandaag kwam ik je toevallig weer tegen, via het internet. Ik schrok even, omdat ik je jarenlang verbannen had naar een plekje achterin mijn hart. En nu was je daar weer, zo plots. Je sprak me vriendelijk toe, je zong een beetje voor mij, en even smolt ik weer weg in je ogen. Heel even herinnerde ik me weer alles. Je wilde haren, je stem, je gespierde armen, je bewegingen, de strakke shirtjes, het kleine oorbelletje in je linkeroor, het weelderige borsthaar. Het waren mooie tijden, vroeger, jij en ik. Ik heb geen spijt dat ik je toen kende. Het doet geen pijn meer. We zijn verdergegaan, en dat was het beste, voor ons beiden. Het had toch nooit wat kunnen worden, dat besefte ik toen eigenlijk ook al. Lieve Jon, het was niet voor altijd.


Of: hoe ik vroeger gek was van Jon Bon Jovi :-). Ik had cassetjes en video's van hem. Ik had 'Always' op single. Knipsels uit de Joepie. Een levensgrote vlag, zelfs. Ik kon uren naar hem kijken, luisteren, zwijmelen. Was hélemaal dolverliefd, en 12 jaar oud.

zondag 27 januari 2008

hier ben ik

Waar wegen mij leiden. Waar gedachten zich vormen, waar dromen nog steeds kan. Waar paden kruisen, en levens versmelten. Waar tijd geen vat heeft, en dagen bevriezen, als tintelende winterhanden. Waar je ogen te kort komt, en geheugen te weinig om al het moois op te tekenen in je hoofd. Waar vergeten details tot leven gewekt worden, en altijd blijven bestaan. Waar de wereld mij brengt. Soms kan ik het zelf amper geloven. Dan knipper ik met mijn ogen, en knijp even in mijn arm. Ik ben hier nog steeds. Ik ben er nog steeds, en alles is bijna perfect. Zo mag het altijd zijn.

donderdag 17 januari 2008

Hasselt

Het rook buiten plots naar vlinders
(of vlinderstruiken)
nadat het zachtjes geregend had,
en ik liep over de zebrapaden.

Tot zover de hoogtepunten van vandaag.

woensdag 16 januari 2008

change

De Nintendo DS braintrainer vertelt mij dat ik een kei ben in wisselgeld teruggeven. Een sneltrein als het ware. Wie had dat ooit kunnen denken? Sjongejonge. Wisselgeldteruggever, is dat een beroep? Want dan heb ik mijn roeping gemist. Geen kindjes meer opvoeden, kunstzinnige waarden bijbrengen, hun creatieve visie ontwikkelen, neen. Wisselgeld teruggeven. dààr ben ik goed in. Mijn hersenen zijn een geniale en ingenieuze levende rekenmachine.

Ik vind dat ik mijn kennis moet delen met de mensheid. Dus, als u ook een staaltje wilt van mijn uitmuntende kunnen, geef mij dan geld (liefst een groot bedrag, dat gaat mij extra goed af). En ik zal u wisselgeld teruggeven. *wink wink*

Tsja, ik ben precies weer gezond. Nu ja, mijn amandel (eentje, ja) is nog steeds zo dik als een -euhm- okkernoot, maar er kan weer eten door, hoera! En stem uit, nog meer hoera!

Van stemmen gesproken: Ik wil ook naar de Bwards. Moet je genomineerd zijn om daar binnen te kunnen, of mag je zomaar voyuertje gaan spelen? (Voyeur als in: zien wie er nog allemaal blogt, en daar sociaal mee gaan wezen. Niet als in: mensen gaan begluren in a sexual way.) Indien optie 1 het geval is, stem op mij. Bij optie twee: u mag uw kleren écht aanhouden hoor. Tot dan!

vrijdag 11 januari 2008

Mijn liefste Benji

Zestien jaar en acht maanden. Zo lang ken ik je al. Ik weet nog dat mijn zus en ik de deur openzwaaiden, en dat jij daar rond mama stond te drentelen, als kleine pagadder met ravenzwarte haren en het allermooiste snoetje dat ik ooit had gezien. Ik smolt. Plots was je alomtegenwoordig in huis. Je huppelde achter iedereen aan, nooit zat je stil. Als een klein schaapje. Altijd vrolijk.

Op je eerste verjaardag hadden we je een hoedje gemaakt, en een brandend kaarsje in een frangipanetaartje gestoken. Terwijl je eigenlijk stil moest blijven zitten voor de foto, hapte je al gretig naar je stuk taart. Voorzichtigheid was nooit je sterkste kant. Ik weet nog wat ik gewenst heb toen we het kaarsje snel uitbliezen; dat je heel lang moest blijven leven.

Of toen je pootje in het gips zat. Je was nog zo klein, je paste zelfs nog in mijn twee handen. Hoe koddig was je toen. Een echte aandachtstrekker. Veel blaffen deed je niet, alleen als iets je niets zinde. Of als je koekjes wilde, natuurlijk.

Naarmate je wat ouder werd, veranderden je zwarte haartjes in grijze lokken. Alle andere stomme keffende yorkskes met saai bruin haar waren vet jaloers. Jij was stoer. Oké, je was een mannetje met een staartje op je kop, maar je bleef cool. Zelfs toen we je poppenkleertjes aantrokken, en in de buggy stopten.

Overal ging je mee naartoe. We hebben half Europa rondgereisd, met jou erbij. Jij, op de hoedenplank van de auto, met je neus uit het raampje. Aan meertjes. In de sneeuw. Wandelend door bossen. Zonnend op het strand. Je vond het fijn om te graven, en het was zelfs nog fijner om daar naar te kijken. En nadien te lachen met je snuitje dat vol zand hing.

Je vond het plezant om op je piepende kersthondje te duwen met je pootjes. Urenlang achter elkaar. En op levende kuikentjes. De bal, daar was je ook gek van. En van de sok die ik volgepropt had met krantenpapier. Je vond het fijn om met je konijntje te spelen, maar toen het iets te fijn werd, hebben we het konijn maar veilig opgeborgen.

Het bad vond je minder leuk. Zeker niet als we je lieten zwemmen. We hielden je dan vast, boven het water, en jij bleef trappelen, met je pootjes in de lucht. En achteraf zag je er steeds uit als een rattekop. Dan bliezen we je droog met de haardroger, en alles kwam weer in orde. De dierenarts vond je ook niet geweldig. Je wist het steeds, als we ernaartoe reden. Dan werd je wat zenuwachtig. Bij de dierenarts zelf werd je dan een beetje agressief. Maar dat verdiende ze, die gemene spuitjesvrouw.

Je kon op bevel zitten, liggen, pootjes geven, zoeken, omrollen en blaffen voor een koekje. Wij konden op bevel je oppakken, aaien, meenemen, met je spelen.

Jij hebt mijn kindertijd meegemaakt, toen ik een tiener was, puberde, en toen ik volwassen werd. Je wist alles van mij. Wanneer ik blij was, ging ik met je dansen, of spelen met de bal. Wanneer ik triest was, kwam je zoentjes geven, of zomaar bij me zitten, als troost. Ik heb ook jouw hele leven meegemaakt. De laatste jaren was je wat minder goed te been. Je was nog steeds dezelfde vrolijke pluizebol, dat wel, maar af en toe liep je ergens tegenaan, of viel je om. In het begin was dat even schrikken, maar na een tijdje konden we er wel mee lachen.

'Benji slaapekes doen'. Dat zeiden we elke avond. En dan ging je in je mandje liggen, zonder morren. En de volgende ochtend was je weer huppeldepuppy. Klaar voor een hondsdolle dag. Nu slaap je voor altijd. Als ik daaraan denk, kan ik niet ophouden met huilen.


donderdag 10 januari 2008

dinsdag 8 januari 2008

*ahum*

Correctie:

Zo wil ik aan het nieuwe jaar beginnen,
langzaam door de straten van mijn leven wandelen.
Zonder pijn, stemproblemen, zware koorts
en ontstoken amandelen.


Ik denk dat ik 'op blote voetjes' ga veranderen in 'met wollen sokken aan, veel laagjes kleding, een sjaal, een muts en handschoenen. En een dikke winterjas'. Pfffrt.


ps: De nieuwjaarskaartjes zullen even vertraging oplopen. 't Zijn stakingen in mijn hoofd. Alles zit vast (zei de dokter).

zaterdag 5 januari 2008

reikhalzend uitkijken

Het volgende gedicht. Ik had het ooit ergens gelezen, en overgeschreven in een boekje, meer dan tien jaar geleden al. Simpel, maar mooi. En ik dacht er plots aan: als een zwaan. Ben het even gaan opzoeken, toen. En gelukkig gevonden. Ik weet niet van wie het gedicht is, maar ik ben zo vrij om het hier even schaamteloos over te nemen. Want ik wil het ook. Zo het nieuwe jaar beginnen.

Zo wil ik aan het nieuwe jaar beginnen.
Zo sierlijk, koninklijk, recht toe aan.
Zo blank vanbuiten en zo kalm vanbinnen
als een zwaan.

Zo wil ik verder, met het hoofd geheven.
Met wind en water wezenlijk vertrouwd.
Met naast me iemand die mijn hele leven
van me houdt.

Zo wil ik mij in deze drukke tijden
verheffen boven twist en twijfelzucht.
En boven elk tumult mijn vleugels spreiden
in de lucht.

Zo wil ik al mijn zorgen overwinnen
en kiezen voor een hagelwit bestaan.
Zo zal ik aan het nieuwe jaar beginnen,
als een zwaan.

lost and found

Het is een vaststaand feit. Dat je altijd de dingen vindt waar je niet op zoek naar was. Dat maakt het net wat meer speciaal. Alsof je zomaar een cadeautje krijgt, op een doodgewone dag.

dinsdag 1 januari 2008

nieuw jaar

Drie manieren om oudjaar te vieren.

Bij de eerste manier is het sleutelwoord: drank. Drink thuis gezellig wat. Je moet je vooral niet haasten. Treuzel een beetje, drink nog een beetje. Maak middernacht mee met je kleren maar half aan. Drink nog wat meer. Ga uiteindelijk enkele uren later op café zitten. Drink heel veel. Wees schaamteloos. Zet een kroontje op. Zorg dat de ex van je huidige vriend dat van je hoofd afrukt. Zeg dan tegen haar dat ze hangtieten heeft. Altijd lachen. Vergeet wat er daarna allemaal gebeurde.

De tweede manier bestaat eruit dat je veel te veel werkt de dagen voordien, zodat je gewoonweg bekaf bent als de grote avond daar is. Kom om 23u30 aan op een feestje, maak nog even het roepen (gelukkig nieuwjaar!) en het zoenen (kuskuskus, kuskuskus, ...) mee, en ga dan op een tafeltje liggen. Val in slaap. Word wakker om 9u 's morgens. Vraag wat je gemist hebt. (euhm, alles.)

De derde manier houdt in dat je 65 euro betaalt voor eten, en dan ook effectief gaat eten (duh). Drank is inbegrepen, maar je besluit dat je het eerst wat op je gemak gaat doen, want je hebt nog de hele avond. Eet dus rustig, en drink twee glaasjes wijn. Krijg rond 22u kramp en voel je misselijk en krijg een vreselijk beklemmend gevoel. Ga dan even naar het toilet. Naar buiten een luchtje scheppen. Rustig zitten op je stoel. Neemt twee motiliums. Probeer rustig te blijven en hoop dat het overgaat. Maar het helpt allemaal niet. Voel je als een slappe dweil. Je hebt wel zin in wijn en dansen en champagne en rondhupsen, maar het gaat gewoon niet. Ga eventjes liggen in de auto, en blijf ziek, zodat je veel te vroeg naar huis moet. Ga slapen.

Ach. Misschien is oudjaar gewoon niet zo mijn ding. Leve het nieuwe jaar!